De manier waarop partijen met veiligheid omgaan, verandert. Binnen Samen Veilig Werken Aan Warmte (SVWAW) verschuift de focus steeds meer van regels en campagnes naar cultuur, gelijkwaardigheid en het open gesprek. De Successendag van afgelopen jaar, de toetreding van nieuwe deelnemers en de gezamenlijke aanpak rond diisocyanaten laten zien hoe die ontwikkeling vorm krijgt.

“Als technici kijken we toch vaak naar wat er fout gaat, vanuit een soort calvinistische blik. Waar ging het mis en hoe voorkomen we dat de volgende keer? Wij dachten: wat gebeurt er als we het eens omdraaien? Wat kunnen we leren van onze successen?” Met deze woorden licht Jan van Twillert, voorzitter van SVWAW, de Successendag toe die SVWAW afgelopen jaar organiseerde. “Waar veiligheidsoverleggen traditioneel draaien om incidenten, analyses en verbetermaatregelen, stond nu juist de vraag centraal: wat doen we goed en waarom werkt dat?”

Successendag

Op de Successendag kwamen bestuurders, strategische vertegenwoordigers en leden van de werkgroep voor het eerst samen in één sessie, zegt Van Twillert. “Normaal gesproken zijn die overleggen gescheiden. Je hebt een strategisch overleg met directeuren en een werkgroep met veiligheidsdeskundigen. Nu zaten we echt met elkaar aan tafel.” Dat leverde meer op dan alleen mooie woorden, benadrukt hij. “Wat wij vroeger misschien als bijvangst zagen, de verbinding en het vertrouwen, bleek juist de hoofdzaak te zijn. Als je elkaar kent, kun je een open en eerlijk gesprek voeren.”

In de beginjaren van SVWAW was de relatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers anders, zegt Van Twillert. “Je voelde dat mensen de kaarten tegen de borst hielden, zeker in een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie. Er zat spanning op. Nu zie je dat we veel gelijkwaardiger met elkaar omgaan. Daardoor durf je ook meer tegen elkaar te zeggen.” En dat is volgens hem een belangrijke succesfactor. “Als er een incident is, weten we elkaar snel te vinden. De lijnen zijn korter geworden. Dat is echt winst.”

De Successendag maakte bovendien duidelijk dat veiligheid niet alleen een kwestie is van procedures, maar vooral van leiderschap en cultuur. “Het gaat erom hoe je met elkaar omgaat en hoe je het gesprek voert. We willen dat mensen met energie de deur uit lopen en denken: ‘hier kan ik morgen iets mee’.”

Successendag op 9 april 2025 op Landgoed Salentein

Nieuwe deelnemers, nieuwe dynamiek

SVWAW telt inmiddels zestien deelnemers. De toetreding van nieuwe partijen laat zien dat veiligheid in de warmtesector steeds breder wordt opgepakt. Recent sloten onder meer Eteck en Warmtestad aan, evenals partijen als Netverder, Enpuls en Firan. Volgens Van Twillert zegt dat iets over de fase waarin de sector zich bevindt. “Je ziet dat nieuwe partijen echt op zoek zijn naar kennis en naar een netwerk waarin je open kunt praten over veiligheid.” Bij kleinere of relatief jonge warmtebedrijven is de behoefte vaak praktisch, zegt hij. “Zij kunnen leren van partijen die al jaren ervaring hebben met veiligheidsbeleid in warmteprojecten. Voor grotere organisaties ligt het soms anders. Een netbeheerder heeft vaak een grote veiligheidsafdeling, maar minder specifieke kennis van veiligheid rond warmte. Dan kun je elkaar juist aanvullen.”

Tegelijkertijd versterkt gezamenlijke afstemming de positie van de sector naar buiten toe. Van Twillert: “Je ziet dat we, als we met één stem spreken richting leveranciers of andere partijen, sterker staan. Dat maakt het makkelijker om dingen voor elkaar te krijgen.”

Gezamenlijke actie voor diisocyanaten

Een concreet voorbeeld daarvan is het dossier rond diisocyanaten. Deze chemische stoffen komen vrij bij het verwerken van bepaalde isolatiematerialen, zoals PUR-schuim, dat veel wordt toegepast bij warmteleidingen. Europese regelgeving stelt sinds enkele jaren verplichte trainingseisen aan medewerkers die ermee werken. “Voor isolatie van warmteleidingen wordt vaak een mengsel gebruikt waarbij diisocyanaten vrijkomen,” legt Van Twillert uit. “Daar kwam vanuit de wetgeving een trainingsverplichting bij, meestal in de vorm van e-learning. Maar die e-learmings vanuit de leveranciers waren vaak in het Engels en niet overal goed toepasbaar. Dat zorgde voor onduidelijkheid.”
Binnen SVWAW werden ervaringen uitgewisseld en knelpunten gedeeld over diisocyanaten. Verschillende partijen deden onderzoek naar diisocyanaten en namen technische maatregelen om blootstelling te beperken, zegt Van Twillert. “Een voorbeeld is het werken met standaardschalen in plaats van op locatie mengen. Als je minder hoeft te mengen, komen er minder schadelijke dampen vrij. Dat is soms een investering, maar het draagt wel bij aan veiligheid.” Daarnaast organiseerde SVWAW op 10 juli een gezamenlijke stand still, waarbij alle deelnemende partijen op dezelfde dag expliciet aandacht besteedden aan veilig werken met diisocyanaten. “Toen hebben we met elkaar de werkzaamheden stilgelegd om dit onderwerp centraal te stellen. Dat heeft veel bewustwording opgeleverd.”

Safety Culture Ladder

Voor het komende jaar staat onder meer de Safety Culture Ladder op de agenda. Veel deelnemers werken al met dit instrument, dat organisaties beoordeelt op hun veiligheidsbewustzijn. Toch wil SVWAW voorkomen dat het alleen om het behalen van een certificaat draait. Van Twillert: “Het gaat ons niet om een score van drie, vier of vijf. Het gaat erom dat we dat we gezamenlijk naar een hoger niveau gaan. Dat veiligheid niet iets is wat je doet omdat het moet, maar omdat je het belangrijk vindt.” Daarom wil SVWAW meer inzetten op inhoudelijke uitwisseling. Bedrijven delen hun assessments en gaan met elkaar in gesprek, zegt hij. “Bedrijf A vraagt aan bedrijf B: hoe hebben jullie dat aangepakt? Wat werkte bij jullie? Zo leer je van elkaar, zonder dat het een competitie wordt.” Ook wil het platform de verbinding met de praktijk versterken, bijvoorbeeld door projectbezoeken. “Niet alleen om te praten op strategisch niveau, maar door echt te kijken wat er op een project gebeurt. En dan het gesprek voeren zonder meteen te oordelen.”

Veiligheid als gedeelde verantwoordelijkheid

Veiligheid wordt in de warmtesector steeds meer benaderd als een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zegt Van Twillert. “In veiligheidsland lijkt het soms zwart-wit; we werken veilig of we werken niet. Maar in werkelijkheid zit er een groot grijs gebied tussen. Als een maatregel niet goed uitvoerbaar is, zoeken mensen andere wegen. Dan moet je niet alleen naar de medewerker wijzen, maar ook naar de regel kijken.”

Dit artikel is gepubliceerd in het Warmtenetwerk Jaarmagazine. Lees dit artikel of het volledige magazine op de website van Stichting Warmtenetwerk.